10 feitjes over pasgeborenen en vers ouderschap

Voor een derde keer moeder/ ouder worden blijft verrassend, vertederend en vooral leerrijk. Iedere zwangerschap, bevalling en kind is anders. Een ander geslacht, een ander geboortegewicht om mee te starten, lentekinderen tegenover zomerkinderen… 10 feitjes die ik zelf ondervond:

  1. Bij een van de eerste nachten thuis droomde ik dat ik Marie aan het voeden bent. Ik schoot wakker en dan komt het besef dat je geen kind in je handen hebt. Echt waar bij meermaals bij alledrie. Zelfs Tom ervoor wakker maken om Marie even in haar bedje te leggen. Oeps, ik heb ze niet vast…
  2. Het voorheen jongste kind is ineens een reus.
  3. Al die kinderen plassen en kakken graag in een verse pamper. Soms zelfs meerdere in een verversbeurt. Gelukkig maakt dat bij wasbaar luieren niet zoveel uit.
  4. Goede borstvoedingsstoelgang is geel. Heeft het een groenere kleur dan krijgt de kleine meer of te veel voormelk. Het aantal plas en stoelgangsluiers zijn trouwens een belangrijke indicatie of je kind uitdroogt bij hitte of bij verminderde melkproductie.
  5. Jan met de pet zit te wachten op gezinnen met een jongen en een meisje. Heb je er eentje dan vragen ze direct wanneer de volgende komt. Idem bij nummer twee als die van hetzelfde geslacht is. Ben je zwanger van nummer drie word je quasi dagelijks gebombardeerd met ga je voor een meisje gaan? Ik zie het aan uw buik, het is een meisje! En dergelijke…
  6. Bij een eerste kleine zoeken ze op wie de kleine het meeste lijkt. Mama of papa? Bij alle volgende kinderen vergelijken ze enkel nog met de broers en zussen.
  7. Per direct gedaan met preutsheid. Tijdens de zwangerschap heb je hoera, 9 maanden geen menstruatie! Komt de cadeau na de bevalling: tot 6 weken bloedverlies. Iedere vroedvrouw komt erachter vragen hoe het zit met het bloedverlies en oh ja de eerste stoelgang is nog zo iets…
  8. Je leert multitasken als de beste. En de gekste combinaties zijn daarbij mogelijk: borstvoeding geven en de poep van een van de anderen afvegen…
  9. De eerste dag(en) eet je kleintje nog niet zoveel. Ook al moet je quasi constant een kwartier links en rechts aanleggen. Er komt amper maar iets uit om een maagje zo groot als een druifje te vullen. Maar o wee als je zelf moet eten, heeft je kleintje ook honger. Het neemt daar zijn tijd voor. Je drinkt zelf ook geen liter water ad fundum uit.
  10. Oh ja al je kinderen durven tegelijk te wenen. Toen Mil geboren werd had ik me daar mentaal niet op voorbereid. Bij Marie duurde het ook niet al te lang vooraleer ze alle drie besloten om op hetzelfde moment te wenen.

Over wenen buitenshuis heb ik trouwens een strategie. Je kent het wel van die mensen met wenende kinderen in de winkel die vlug proberen te zeggen dat ze stil moeten zijn. Ik zeg het tegengestelde. “Ween maar eens goed luid zodat alle mensen het in de winkel kunnen horen” of “gooi maar eens alle tranen eruit, nog een beetje harder”. Dat doen ze ook, heel even en dan stopt het vanzelf.

Privacy Voorkeuren