Wat niemand me vertelde over het ouderschap

Er zijn toch wel vier dingen die niemand me vertelde over het ouderschap.

Je moet echt voor ALLES steeds een uitleg klaar hebben. Er zijn zovele zaken waarover ik mezelf eruit heb moeten lullen. Soms verbazen mijn eigen antwoorden me die daar onmiddellijk uitfloepen. Soms ook pure chance dat ze de antwoorden goed genoeg vinden om er niet verder over door te vragen. Bv afgelopen sinterklaas vergat ik de suikerklontjes uit de schoenen te pakken dat eindigt dan met ‘het paard van sinterklaas zal ziek geweest zijn’. De honderden waaromvragen achter elkaar ook op dagen dat het wat minder gaat. 

Dat je bij zoveel zaken eigenlijk veel meer vooruit moet denken. Zeker bij beginnend ouderschap. Ik schreef het al eens neer bij de borstkolf. Van hoe ik een manuele wel ok vond bij de eerste, nood had aan een elektrische bij de tweede en uiteindelijk een dubbele kocht bij de derde.

Idem hebben we net nog kunnen ondervinden met een vervoerkwestie. Bij Lex kochten we allebei een fietsstoeltje. Bij Mil werd dat een fietskar. Maar geen haar op mijn hoofd dat dan voorruit denkt gaat die fietskar nog voldoende blijven als ze groter zijn. In de zomer was het nog een lifesaver op vakantie. Enkele maanden later helemaal niet meer zo een waterdichte oplossing voor ons gezin van drie. Dat werd dan heel recent een onderwaterfiets waarmee ik de drie kinderen moeiteloos met de fiets kan vervoeren. 

Alles is zo tijdelijk. Ja, mama en papa blijf je je hele leven. En ook de eerste pakweg 40 jaar van het ouderschap kunnen wel eens moeilijk zijn. Maar al die spullen, al die kleren, al die schattige eerste momentjes en ook alle groeispurten en driftbuien dat is maar voor zo kort. 

We kochten zoveel nieuwe spullen. En we kregen zoveel nieuwe spullen, want ja zo deed je dat toen met de geboortelijst. En ja wist ik toen wel dat ik graag meer kinderen zou hebben dus ja dat ging allemaal meerdere keren mee gaan. Hoewel ergens in mijn hoofd ook zag eerst zien dat de eerste geen ettertje zou zijn. En toch blijven al die spullen maar tijdelijk. Bv het parkje nog geen jaar per kind. Hoe meer kinderen, hoe minder ze erin liggen. Dat merkten we met een draagmand. Lex lag er een maand in, Mil een paar keer tijdens de verbouwing, Marie niet.

Kleren hooguit twee van je eigen kinderen kunnen het aan doen. Een aantal stuks sneuvelden wegens vlekken, nog wat wegens echt niet mooi, er werd wat doorgegeven, gedoneerd. En verder moet je écht geluk hebben dat al je kinderen binnen dezelfde periode geboren worden, van hetzelfde geslacht zijn en dezelfde gewichtscurve volgen.

Je eigen klerenkast is nooit meer dezelfde. Bij mijn eerste zwangerschap was ik zo fier als een gieter er veel te vroeg bij om te starten met het dragen van zwangerschapskleren. Ik was zwanger dus ‘ah ja’ ik mocht die kleren dragen. Tegen dat die kleren echt nodig waren was ik ze al beu. Niets maar dan ook niets waar ik mijn eigen zelf in was. Of het was megaduur voor tijdelijke kledij. Dus ja ik beet een paar maanden op mijn tanden. Na mijn bevalling kon ik al vrij snel terug in mijn kleren. Maar die voelden niet meer zo erg ‘ik’ aan. Dat waren de kleren voordat ik mama werd. Ik had het geluk wat overtollig vet ook af te vallen. Dus nieuwe kleren. Na de zwangerschap van Mil omgekeerde wereld, ok van gewicht maar te brede heupen. Na de zwangerschap van Marie opnieuw van hetzelfde. Ok van gewicht, maar het zijn mijn kleren niet meer. Het zijn die van voordat Marie er was. Een ‘ik’ die ik precies niet meer ben.  

10 feitjes over pasgeborenen en vers ouderschap

Voor een derde keer moeder/ ouder worden blijft verrassend, vertederend en vooral leerrijk. Iedere zwangerschap, bevalling en kind is anders. Een ander geslacht, een ander geboortegewicht om mee te starten, lentekinderen tegenover zomerkinderen… 10 feitjes die ik zelf ondervond:

  1. Bij een van de eerste nachten thuis droomde ik dat ik Marie aan het voeden bent. Ik schoot wakker en dan komt het besef dat je geen kind in je handen hebt. Echt waar bij meermaals bij alledrie. Zelfs Tom ervoor wakker maken om Marie even in haar bedje te leggen. Oeps, ik heb ze niet vast…
  2. Het voorheen jongste kind is ineens een reus.
  3. Al die kinderen plassen en kakken graag in een verse pamper. Soms zelfs meerdere in een verversbeurt. Gelukkig maakt dat bij wasbaar luieren niet zoveel uit.
  4. Goede borstvoedingsstoelgang is geel. Heeft het een groenere kleur dan krijgt de kleine meer of te veel voormelk. Het aantal plas en stoelgangsluiers zijn trouwens een belangrijke indicatie of je kind uitdroogt bij hitte of bij verminderde melkproductie.
  5. Jan met de pet zit te wachten op gezinnen met een jongen en een meisje. Heb je er eentje dan vragen ze direct wanneer de volgende komt. Idem bij nummer twee als die van hetzelfde geslacht is. Ben je zwanger van nummer drie word je quasi dagelijks gebombardeerd met ga je voor een meisje gaan? Ik zie het aan uw buik, het is een meisje! En dergelijke…
  6. Bij een eerste kleine zoeken ze op wie de kleine het meeste lijkt. Mama of papa? Bij alle volgende kinderen vergelijken ze enkel nog met de broers en zussen.
  7. Per direct gedaan met preutsheid. Tijdens de zwangerschap heb je hoera, 9 maanden geen menstruatie! Komt de cadeau na de bevalling: tot 6 weken bloedverlies. Iedere vroedvrouw komt erachter vragen hoe het zit met het bloedverlies en oh ja de eerste stoelgang is nog zo iets…
  8. Je leert multitasken als de beste. En de gekste combinaties zijn daarbij mogelijk: borstvoeding geven en de poep van een van de anderen afvegen…
  9. De eerste dag(en) eet je kleintje nog niet zoveel. Ook al moet je quasi constant een kwartier links en rechts aanleggen. Er komt amper maar iets uit om een maagje zo groot als een druifje te vullen. Maar o wee als je zelf moet eten, heeft je kleintje ook honger. Het neemt daar zijn tijd voor. Je drinkt zelf ook geen liter water ad fundum uit.
  10. Oh ja al je kinderen durven tegelijk te wenen. Toen Mil geboren werd had ik me daar mentaal niet op voorbereid. Bij Marie duurde het ook niet al te lang vooraleer ze alle drie besloten om op hetzelfde moment te wenen.

Over wenen buitenshuis heb ik trouwens een strategie. Je kent het wel van die mensen met wenende kinderen in de winkel die vlug proberen te zeggen dat ze stil moeten zijn. Ik zeg het tegengestelde. “Ween maar eens goed luid zodat alle mensen het in de winkel kunnen horen” of “gooi maar eens alle tranen eruit, nog een beetje harder”. Dat doen ze ook, heel even en dan stopt het vanzelf.