De 5 meest storende zaken in mijn naaikamer aangepakt

Er zijn 5 dingen in mijn naaikamer waaraan ik me ergerde. En ik nam eindelijk eens de tijd om er wat aan te doen.

1. De stofschaar

Ik moet behoorlijk vaak zoeken naar mijn stofschaar. Dat komt omdat ik vaak mijn stof in een andere ruimte knip. Of omdat ik ze ook gebruik voor garen door te knippen. Ook ligt ze wel eens op de strijkplank terwijl ik net achter mijn machine zit. Dus ik kocht een nieuwe schaar. Mijn eerste schaar kreeg ik bij mijn naaimachine. Echt een goede. Deze is van Prym en kocht ik in de Veritas. Hopelijk ook een goede. Hetzelfde scenario is ook van toepassing op de lintmeter.

2. De draadkleuren op mijn spoeltjes

Als mijn spoeltje op is tijdens het naaien ben ik vaak te lui om een nieuw spoeltje op te winden in de kleur waarmee ik aan het naaien was. Dus neem ik vaak een spoeltje dat nog klaar voor gebruik is in een andere kleur. Ik nam de moeite om alle spoeltjes eens te vullen. En zo zag ik dat er in mijn spoelendoos nog wel wat ruimte was. Dus kocht ik er nog wat die ik dan ook meteen opspoelde.

3. Mijn gigantische stofvoorraad

In het appartement naaide ik in de living en dan had ik een kleine voorraad. In het huis heb ik een naaikamer met een grote kast. Netjes gesorteerd tricot, katoen en effen stoffen. Ieder op een aparte plank. Een tijdje kocht ik stof zonder te naaien. Nu neemt mijn stof al een extra plank in beslag.

De 3 out 1 in methode die werkt bij mij niet echt. De stoffenwinkel buiten komen met een stofje dat is zoals een kind bij een taart zetten maar het mag er niet van eten. Daarbij geraakt meestal de stof niet op met het eerste project.

Ik heb nog stof liggen van de allereerste keer dat ik stof ging kopen. Zeg nu zelf, dat is not done.

4. Mijn bijna even grote voorraad ongebruikte patronen

Oh lieve help! Ik betrapte mezelf laatst in de zoektocht naar een patroon dat ik eigenlijk zoiets al had liggen. Ik zocht een patroon voor een mannenshort. Terwijl er in de LMV’s af en toe wel verschijnen én terwijl ik de Jedediah short van Thread Theory heb liggen. Oepsie!

Of verschillende patronen van Colette patterns die ik even niet durf te maken omdat er al zoveel kledingstukken voor mezelf mislukten.

En van die boeken die ik kocht die dan tegen sloegen. Wetende dat je er waarschijnlijk toch niets meer uit gaat maken.

5. Mijn machines

Mijn machines die stonden al een tijdje stil. Tijdsgebrek was daar de grootste reden voor. Een drukke voltijdse job en de verbouwing van de zolder eisten zijn tol. En als ik tijd had dan nodigen mijn machines me niet echt uit om me erachter te zetten. Ik kocht mijn singer nu ongeveer 7 a 8 jaar geleden. Ik wist nog niet of ik naaien wel leuk zou vinden dus ik kocht het goedkoopste model. Mijn singertje voldoet niet meer zo aan hetgeen ik ermee wil doen. En maakt te veel lawaai om te naaien in de naaikamer die naast de slaapkamer van de jongens ligt.

En dan is er nog dat verdomde overlockmachine. Die kocht ik pas 2-3 jaar later. En om eerlijk te zijn ook het goedkoopste model, een Lewenstein. Al die machines doen hetzelfde dus wist ik veel. Hij deed prima zijn werk tot ik steeds meer problemen kreeg met de draadspanning. Ik deed een inspanning om ieder knopje te leren kennen. Maar de laatste tijd ging het steeds vaker mis. Gewoon tijdens mijn werkstuk had meneertje Lewenstein er ineens geen zin meer in.

Dé aanpak

De schaar die kocht ik al. Ook zelfs een klein draadschaartje kwam erbij.

En probleem 2 en 3 kunnen gelukkig samen opgelost worden. Ik deed eerst thuis de extreem grote kuis. Zo kon ik zonder schaamte extra veel naaitijd nemen. Het naaien van de onderbroeken voor Tom en voor Lex zorgde ervoor dat heel wat restjes weggewerkt werden. En ik merk ook dat ik meer moeite doe om een kleur te wisselen met het nieuwe naaimachine. Gewoon omdat het sneller opgespoeld en ingeregen is. Als het spoeltje op is, spoel ik hem ook meteen terug op. Ook bij babycadeautjes en de spring rompers voor de jongens heb ik er moeite in gestoken om stof te gebruiken die ik nog had liggen. Ik hoop naar een voorraad terug te keren waarbij de extra plank om mijn stof kwijt te kunnen niet meer nodig is.

Het probleem van de niet gebruikte patronen: Ik deed al een aanzet door het patroon van de onderbroeken van Tom te gebruiken. Ook de spring & summer romper van Brindille & Twig waren al een goede aanzet om het gebruik van nieuwe patronen niet zo zeer te vrezen. Als mijn lijf volledig herstelt is van de bevalling wil ik toch zeker nog wel een poging doen om de colette patterns terug een kans te geven. Daar ik de solden heb gemist en te kritisch ben op kledij in de winkel lijkt zelf gemaakt toch nog niet zo slecht. Ook al mislukt er hier en daar wel iets voor mezelf. En verder plan ik wel nog de patronenbladen te bekijken om de knoop door te hakken om er misschien toch wat weg te doen.

Ik leerde mijn overlock net iets beter kennen en bracht hem in december op onderhoud. Sindsdien heeft hij af en toe nog kuren met het knappen van een draad. Maar verder doet die weer even zijn ding.

Mijn singertje verving ik door een Brother. Ik ging eigenlijk voor een Pfaff omdat ik dat kende van de naailes. Alleen deed ik deze keer wel moeite om mijn opties te bekijken en te zoeken naar een machine dat betaalbaar aan mijn noden voldeed. Het is een machine met veel potentieel. Alleen moet je er wat mee leren werken. En dat gaat geleidelijk aan zeer goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.