Stempels maken na de workshops, 1 jaar later…

Herinner je je deze post nog? Ik ging 3 workshops uittesten om bij te leren. Als ik zelf op mijn werk een vorming geef dan vraag ik mezelf dat wel af “hoeveel blijft ervan hangen?” en “wat blijft toepasbaar op lange termijn”. Als ik zelf iets volg is dat ook hoor. Zo volgde ik workshops die me iets opleverde op dat moment, maar op lange termijn uiteindelijk niets. Bv vilten en weven. Leuk voor even, je probeert het thuis nog eens en dan that’s it. Bij de stempels had ik dat risico ook omdat ik het al kon dat alles erna hetzelfde bleef. Ik analyseerde het na het volgen van de workshops vrij goed. Ik leerde het volgende:

  • Werken met gom
  • Meer kleur
  • Andere inkt
  • Een afdruk van iedere stempel gebundeld bewaren in een boek
  • Gutsen van binnen naar buiten
  • Gutsen met een mes

Wonderbaarlijk bleven alle dingen hangen, behalve het eerste. Ik schafte me een voorraadje gom aan. Heb er wel eens een stempel van gemaakt, maar uiteindelijk zeer beperkt owv de kwaliteit en de beperking van de grootte. De rest heeft mijn stempelwerk een jaar later nog steeds beïnvloed. Tof he!

Ik gebruik meer kleur, als in echt véél meer kleur. Meer dan 50 verschillende tinten. Een dik jaar geleden waren dat er slechts 4. Ik bleef sindsdien ook bij Tsukineko inkt: de versacraft & dew drops. Ik leerde dat de dew drops de beste inkt is om een stempel te testen. Deze laat het minste inktsporen na wat properder is om hem weg te geven bij cadeautjes of volgend jaar om te verkopen. Het boek bleef in gebruik. Vol trots blader ik daar soms in. En die ene keer dat een stempel al weggegeven is nog voor ie in mijn boek gestempeld werd vond ik dat ook echt jammer.

Het gutsen van binnen in het werk naar buiten toe pas ik vooral toe bij het verfijnde werk en bij letters. Ik neem vooraleer ik eraan begin meer de tijd om te analyseren welke stukken het moeilijkste zijn en waar ik begin. En het mes dat ligt steeds binnen handbereik. Hierdoor merk ik verfijning bij letters en bij hoeken. Naast dat mes heb ik  4 gutsen die steeds bij me liggen en anderen afhankelijk van het werk dat ik doe.

Maar ik heb mijn punt nog niet bereikt waar ik met mijn stempels naartoe wil. Een meerkleurenontwerp is nog steeds een ver van mijn bed show. Ook het grotere werk bv een A4 stempel heb ik nog niet uitgeprobeerd. Het werken met een drukpers intrigeert me wel. Verschillende stempels samen die een tafereeltje vormen, meer printmatig mijn stempels gebruiken…

Schapenkoppenstempels

Ik heb me voorgenomen om nog meer te stempelen. Niet dat ik dat te weinig doe, maar gewoon wat bewuster. En daarbij ontbrak me een doodgewone stempel ‘groetjes uit Lier’. Eentje die zowat alle gelegenheden om een kaartje te sturen kan dekken. Buiten vakantie dan. Tenzij dan weer staycation. In zo een bijzondere stad als Lier is een doodgewone stempel dan weer wat saai. Het was even zoeken hoe ik deze stempels zou omschrijven. Het werden de schapenkoppenstempels. Eentje was voldoende. Maar twee is leuker voor de afwisseling.

Het wel gekende ‘Lierke plezierke’ noemt zijn inwoners de schapenkoppen. Ze hadden destijds de keuze tussen schapen of een nieuwe universiteit. Men koos schapen, alez een veemarkt. Te bedenken dat met een universiteit Lier waarschijnlijk anders was uitgegroeid. Parate kennis ondertussen. Na bijna 9 jaar mag dat wel. Die schapenkoppen beginnen trouwens aan populariteit te winnen. Men maakt er al pralines van en koekjes om uw ijsje tussen te pletten. En flessenpost van in de Superette Ninette. En juwelen, frituursnacks, cupcakes… Ook de stad zelf heeft heel wat schapenkoppengeschenkjes.

De schapenkoppenstempels

De eerste schapenkopstempel is ook meteen de grootste, 6 op 6 cm. Een grotere schapenkop, ‘groetjes uit’ in that font folks italic en ‘Lier’ zoals weergegeven op de website van Visit Lier.

De tweede schapenkopstempel is 3 op 5 cm. ‘Groetjes uit’ is geschreven in Adorn Condensed Sans en Lier met de schapenkop zoals weergegeven op de website van stad Lier zelf.

Lier

Lier is een klein, groen stadje te midden van zowat alles. In Lier kan je onder andere bootje varen, mini/ citygolf, zwemmen… Je vindt er de fameuze zimmertoren en het begijnhof. Je eet er Lierse Vlaaikes en kan streekbier consumeren (niet kopen, helaas). Op café kan ik ’t Goed Voorbeeld aanraden. Om te eten Zuster Agnes, De Nieuwe Schapenstal en Bar Muza. Lier is ook de moeite waard om te fotograferen, te wandelen, te fietsen…

Drie keer een leuke girly geboortekaart

Met de geboortekaartjes op maat maakte ik soms extra ontwerpen in de eerste ronde. Niet gemakkelijk om uit te kiezen als toekomstige ouder. Maar voor mij wel gemakkelijker om met evenveel correcties als op een ander tot een definitief kaartje te komen. Soms werkt een ontwerp totaal niet. Als dat dan je enige ontwerp is dat je doorstuurt is dat nogal moeilijk en tegelijk ook vervelend. Op zich vind ik de extra ontwerpen ook geen weggegooid werk want zo heb ik ook 3 ontwerpen eraan over gehouden die super zijn. Eenmaal je in een drive zit om een bepaald kaartje volgens de opdracht te tekenen is soms zo een extra kaart niet zoveel meer moeite. Maar dat mag ik misschien niet toegeven :p

Geboortekaart 1

Dit kaartje is een klassiek kaartje dat qua idee niet zo super origineel is. Je vindt er ruim tientallen versies al van bij andere ontwerpers/ geboortekaartjessites. Maar in combinatie met de simpele wolk en deze kleuren maakt het em wel super mooi, fris, kleurrijk en toch ook weer niet té. Ik zou zeggen pastel met een accentje.

Geboortekaart 2

Deze vind ik super. Die paste nog in de opdracht van het regenboogkindje. Het konijn is super cute en zal zeker nog in een ander ontwerp verwerkt worden.

Geboortekaart 3

Deze is echt een topper. Gebroken wit, twee kleuren roos en grijs werkt zalig. De afwisseling van gevulde en niet-gevulde harten geeft een speels en fris effect. Moest ik nu ooit zwanger zijn geweest waarbij ik het op voorhand zou weten dat het een meisje is zou ik dit kaartje zelf durven kiezen. Zelfs al is roos helemaal niet een kleur die ik graag bij kindjes zie. Misschien maak ik em nog wel met iets anders dan hartjes. Of een jongens tegenhanger hiervan kan ook een leuke uitdaging zijn.

En nu zijn we klaar voor eens herfst/ winter-kaartjes. Voor meer liggend/ eens vierkant. En misschien ook eens iets dat meer de nadruk legt op tweede en volgende kind. Nog steeds veel werk aan de winkel dus.

Een veelvoud aan geboortestempels

Veel geboortekaartjes betekent ook bijpassende geboortestempels. Vandaag presenteer ik u een veelvoud aan geboortestempels. Het zijn er te veel om ze ieder in een aparte blogpost te gieten.

Odette

Odette is de derde spruit van een nicht van mij. Ze was een dag eerder uitgerekend als mij. Dat maakte deze geboortestempel net wat specialer voor mij om te maken. Odette die kreeg een kei coole reuzengrote geboortekaart. Stiekem had ik ook wel een reuzenstempel willen maken, maar het moet bruikbaar blijven. Ik stempelde de naam eerst in een donkerdere kleur. Ook al had ik de stempel goed droog gestempeld toch kwamen er wat restjes mee bij de lichtroze testversie. Het geeft nu een speciaal effect 🙂

 

Ezra

Ezra is het tweede zoontje van een geweldige oud-collega. Voor Ezra maakte ik het indianenkaartje. Ik gebruikte hetzelfde lettertype en ook het veertje. Aangezien Ezra al een broertje heeft koos ik ervoor om ook een naamstempel in hetzelfde lettertype voor hem te maken.

Stella-Louise

Voor Stella-Louise maakte ik het roze fietskaartje. Als fervent fietser vond ik dat trouwens best leuk. Met Stella-Louise haar ouders heb ik (nog) geen connectie. Al gaat ze binnenkort wel bij dezelfde lieve onthaalmoeder spelen met ons Marie.

Rowan

Ik ontwierp een jongenskaartje voor Rowan. Als het een meisje zou worden had de mama een zelf gemaakt ontwerp klaar. Ik kreeg het niet over mijn hart om enkel voor mijn eigen ontwerp een geboortestempel te voorzien dus maakte ik ook een naamstempel voor als het een meisje werd. Chance, want het werd ook een meisje…

Cyriel

Cyriel is het tweede zoontje van vrienden. De mama was een maand later als mij uitgerekend. Aangezien ik in olifantendracht ging was ze nog bijna voor mij bevallen. De stempels van Cyriel vond ik extra leuk. Niet alleen een leuk, uitdagend lettertype om te stempelen. Ook de naam is nogal bijzonder voor mij. Mijn opa noemde ook Cyriel.

Ella

Ella is het tweede kindje van een neef van mij. Ze werd geboren op 3 augustus. Dat is voor ons een ‘speciale’ dag, namelijk onze huwelijksverjaardag. Dit jaar al 5 jaar op de teller staan. Ik hou wel van het lettertype van Ella haar kaartje. En ook om een stempel in negatief te drukken. Vandaar dat ik twee versies van een naamstempel voor haar maakte. Ik stempelde met memento dew drops ‘rose bud’.

Livia

Voor Livia ontwierp ik een geboortekaartje. Ik ken de mama van ziens: een goede vriendin van mijn schoonzus. Omdat ik het kaartje zelf maakte, hou ik helemaal van het lettertype. Het lijkt zo zeer op het geschrift dat ze kinderen in de lagere school aanleren als ze geschreven letters in plaats van drukletters leren.

Leuke veelvoud aan stempels he?!

Een extra geboortekaartje op maat

Terwijl ik in een verre fase zat met de andere drie geboortekaartjes op maat kreeg ik de vraag of ik een geboortekaartje op maat kon maken. Het mocht zelfs betalend zijn. Hoe cool was dat. Alleen was ik (en ben ik nog steeds) niet gestart in als zelfstandige in bijberoep en was ik toen net in bevallingsrust vertrokken. Dat maakt bijverdienen niet zo simpel. Dus werd er nog een gratis kaartje op maat gekoppeld aan de testronde. De mama’s hebben het daar soms moeilijk mee dat ik er echt niets voor wil. Maar oefenen, feedback, ervaring en een collectie die opgebouwd wordt is al heel wat in de plaats.

Geboortekaartje op maat 4

Ook bij dit kaartje kreeg ik een voorbeeld van wat ze leuk vonden. Een simpel wit kaartje met hartjes, een strikje en de naam. Een concrete opdracht waarbij je niet zo heel veel kanten mee op kon. In de voorontwerpen focuste ik me op andere strikjes, de kleur van hartjes en hun positionering en het lettertype van de naam. De opdracht kwam als geroepen. Ik begon me net te vervelen omdat ik al serieus over tijd was toen. In een mum van tijd maakte ik maar liefst 6 voorontwerpen van een voorkant mét al een achterkant. Nooit eerder ontwierp ik ineens er al een achterkant bij. Met de achterkant kon ik dan ook wel meer kanten uit. Hier was het gemakkelijk dat ik ook al een voorbeeld had van wat er op het kaartje stond bij de grote broer. Dat hielp alles gemakkelijker te positioneren. Ook ontwierp ik twee zeer eenvoudige ronde stickers.

Het meest uitdagende hier was het werken met een wit kaartje/ beperkte kleur. Ook het echte meisjesachtige blijft een beetje wennen. Hopelijk helpt Marie daar verandering in te brengen. Het werd uiteindelijk een van mijn afwijkende ontwerpen van het voorbeeldkaartje: enkel hartjes 🙂

 

Geboortekaartjes op maat

In mei deed ik op facebook een oproep naar testers voor een gratis geboortekaartje op maat. Voor mij was dit een zeer spannende oproep. Zou er iemand geïnteresseerd zijn? Maar vooral zou ik erin slagen om een ontwerp op maat te maken?! Enthousiasme alom. Ik vond 3 moeders in spé die een kaartje op maat zagen zitten. Dat gaf me ook de gelegenheid om te oefenen met verschillende opdrachten tegelijk. Het moeilijkste vond ik het wachten tot de kindjes uiteindelijk geboren waren om de kaartjes te tonen :p Gaandeweg kwam er zelfs nog een vierde kaartje bij. Want mond aan mond reclame dat werkt ook.

Geboortekaartje op maat 1

Voor Anne mochten het zachte kleuren of munt groen zijn. Mijn grafisch logo viel in de smaak en het werd een regenboogkindje. Ook werd er geëxperimenteerd met een afwijkende kapvorm. Het werd een leeuwenkaart voor als het een jongen zou worden. Uiteindelijk werd het een meisje. Dit kaartje kwam tot leven in de vorm van een proefdruk. Het leuke eraan is dat ze het getest hebben op 2 verschillende soorten papier. Zo kon ik ook meteen ontdekken wat dat doet met mijn ontwerp.

Dit kaartje kreeg een grafische leeuw met een munt groene achtergrond en een regenboog verwerkt in de manen. Het kreeg een stoer lettertype voor de naam. Het meest uitdagende en tegelijk ook zeer leuke aspect hier was dat de opdracht zeer vaag was. Hier kon ik me helemaal in laten gaan.

Geboortekaartje op maat 2

Bij Zoë werd het een meisje. Er mocht een fiets op staan: een tandem met een kinderfiets/ kar of twee fietsen met een klein fietsje tussen. De kinderkamer kreeg accenten in oudroze en muntgroen.

Dit kaartje kreeg een liefdevolle toets: simpele tandem met fietskar en hartjes. De naam werd helemaal meisjesachtig weergegeven. Het meest uitdagende hier was het werken met een lange voornaam en het liggende kaartje. Blijkbaar heb ik de neiging om staande kaartjes te maken.

Geboortekaartje op maat 3

Bij Maria waren de instructies concreter. Een krachtig zwart-wit jongenskaartje met het silhouette van een indiaantje met een volle verentooi en een kampvuur met rookwolkjes waar gegevens in komen.

Dit kaartje werd volledig volgens de opdracht gemaakt. Het meest uitdagende hier was het beperken van de kleur. Bij dit kaartje kreeg ik ook een voorbeeldje. Ook hier was het een uitdaging om dit voorbeeld in het achterhoofd te houden maar ook los te laten om er mijn eigen ding mee te doen. Ook ontwierp ik nog een eenvoudige ronde sticker met de naam en het indiaantje op.

Het waren 3 totaal andere opdrachten. En toch waren ze alledrie mijn ding. Super leuk! Voor de achterkanten was het even zoeken naar lettertypes, maar ook dat kwam uiteindelijk goed.

10 feitjes over pasgeborenen en vers ouderschap

Voor een derde keer moeder/ ouder worden blijft verrassend, vertederend en vooral leerrijk. Iedere zwangerschap, bevalling en kind is anders. Een ander geslacht, een ander geboortegewicht om mee te starten, lentekinderen tegenover zomerkinderen… 10 feitjes die ik zelf ondervond:

  1. Bij een van de eerste nachten thuis droomde ik dat ik Marie aan het voeden bent. Ik schoot wakker en dan komt het besef dat je geen kind in je handen hebt. Echt waar bij meermaals bij alledrie. Zelfs Tom ervoor wakker maken om Marie even in haar bedje te leggen. Oeps, ik heb ze niet vast…
  2. Het voorheen jongste kind is ineens een reus.
  3. Al die kinderen plassen en kakken graag in een verse pamper. Soms zelfs meerdere in een verversbeurt. Gelukkig maakt dat bij wasbaar luieren niet zoveel uit.
  4. Goede borstvoedingsstoelgang is geel. Heeft het een groenere kleur dan krijgt de kleine meer of te veel voormelk. Het aantal plas en stoelgangsluiers zijn trouwens een belangrijke indicatie of je kind uitdroogt bij hitte of bij verminderde melkproductie.
  5. Jan met de pet zit te wachten op gezinnen met een jongen en een meisje. Heb je er eentje dan vragen ze direct wanneer de volgende komt. Idem bij nummer twee als die van hetzelfde geslacht is. Ben je zwanger van nummer drie word je quasi dagelijks gebombardeerd met ga je voor een meisje gaan? Ik zie het aan uw buik, het is een meisje! En dergelijke…
  6. Bij een eerste kleine zoeken ze op wie de kleine het meeste lijkt. Mama of papa? Bij alle volgende kinderen vergelijken ze enkel nog met de broers en zussen.
  7. Per direct gedaan met preutsheid. Tijdens de zwangerschap heb je hoera, 9 maanden geen menstruatie! Komt de cadeau na de bevalling: tot 6 weken bloedverlies. Iedere vroedvrouw komt erachter vragen hoe het zit met het bloedverlies en oh ja de eerste stoelgang is nog zo iets…
  8. Je leert multitasken als de beste. En de gekste combinaties zijn daarbij mogelijk: borstvoeding geven en de poep van een van de anderen afvegen…
  9. De eerste dag(en) eet je kleintje nog niet zoveel. Ook al moet je quasi constant een kwartier links en rechts aanleggen. Er komt amper maar iets uit om een maagje zo groot als een druifje te vullen. Maar o wee als je zelf moet eten, heeft je kleintje ook honger. Het neemt daar zijn tijd voor. Je drinkt zelf ook geen liter water ad fundum uit.
  10. Oh ja al je kinderen durven tegelijk te wenen. Toen Mil geboren werd had ik me daar mentaal niet op voorbereid. Bij Marie duurde het ook niet al te lang vooraleer ze alle drie besloten om op hetzelfde moment te wenen.

Over wenen buitenshuis heb ik trouwens een strategie. Je kent het wel van die mensen met wenende kinderen in de winkel die vlug proberen te zeggen dat ze stil moeten zijn. Ik zeg het tegengestelde. “Ween maar eens goed luid zodat alle mensen het in de winkel kunnen horen” of “gooi maar eens alle tranen eruit, nog een beetje harder”. Dat doen ze ook, heel even en dan stopt het vanzelf.

Het doopsuiker van Marie

Met de blogpost over het kaartje van Marie gaf ik het al aan dat heel de zwangerschap een drukke periode was. Met het doopsuiker kon ik alle kanten uit gaan. Ik koos de luie kant. Voorheen naaide ik zakjes, poppetjes, stempels, eigen doosjes vouwen, eigen broches met krimpfolie om de zakjes te sluiten. Al die tralalatjes daar stak ik nu geen tijd in. Ik kocht melkzakjes en liet me daardoor verrassen. Ik hoopte dat ik er een stempel op kon drukken en ju. Maar dat ging niet. De inkt bleef er vochtig op.

Dus ontwierp ik een sticker. Nu ja ontwerpen, zoveel ontwerpen was daar niet meer aan. Gewoon een ander formaat, de bever en de achtergrond erin plakken et voila! Ik bestelde de stickers via flyer.be. En was mega trots als ze arriveerden.

Verder maakte ik op het gemak stempels. Voor mij waren dat binnenspeeltuinstempels. Op momenten dat ik niets kon betekenen op zolder trok ik er met de jongens op uit naar de binnenspeeltuin. En daar gutste ik de stempels. Ik gebruikte daarvoor blauwe factis lino en roze speedycarve lino. Ik vond de inktpads in de action. Zonder ze zelf uit te testen stak ik ze erbij.

En Tom en ik kozen ieder een snoepje dat we lekker vonden en geschikt zijn als doopsuiker. Tom koos zuurtjes. Ik koos rode staafjes met witte suiker vanbinnen. De melkzakjes kregen een sticker vooraan en werden gesloten met washitape in de 3 kleuren van de veren.

Voor de presentatie kocht ik een oude bestekkoffer in de kringloopwinkel. Die beklede ik met blauwe stof. Verder maakte ik twee kleine vlaggenlijnen waarop ik de jongensnaam en de meisjesnaam zeefdrukte. Ik hing ze op met een punaise. Et voila, doopsuiker!

Wasbaar luieren vanaf week 2

Bij Mil startten we met wasbaar luieren op een paar maanden. Dat kwam omdat we voordien met verbouwen en verhuizen zaten. En ook omdat ik Tom nog wat moest overtuigen. Bij Lex woonden we nog op een mini appartement en hadden we er de plaats niet voor. Bij Marie moest daar niet meer over gepraat worden. Natuurlijk gingen we opnieuw wasbaar luieren. Bij de geboorte gebruikten we de pampers die we van het ziekenhuis kregen. Tom moest al de jongens en al de rest meesleuren. Een emmer vieze luiers ging daar niet meer bij. Ook de eerste stoelgang is nogal donker en plakkerig. We zouden starten als die pak pampers op was.

Stiekem kochten we nog zo een pak. Het was thuis even zoeken tussen slaap inhalen, nieuw evenwicht in aandacht voor de jongens en de voeding. In week 2 startten we wel met wasbaar luieren. Al zat ik wel met mijn handen in mijn haar want de all in ones van Totsbots waren veel te groot. Die starten vanaf 4 kg en geven en enorme poep. Verder had ik ook nog strikluiers maar ook dat leek gigantisch met een inlegger erin. Tot ik er meer over las. De strikluiers hoeven geen inlegger voor een newborn. En dus waren we vertrokken.

Ook vroeg ik raad aan een vriendin en mocht ik nog wat mini pampers van haar lenen ook. Super om nog andere systemen te leren kennen. Eerlijk gezegd, moest ik de pampers opnieuw kopen zou ik véél meer research erover doen. Misschien dat we er ook nog wat gaan bij aan schaffen want met de all in ones van Totsbots hadden we bij Mil regelmatig lekken.

Ik lees vaak verhalen van moeders met pasgeboren baby’s die beweren met wasbaar luieren maar twee keer te wassen. Ik geloof er niets van… Bij iedere voeding haar pamper verversen zorgt ervoor dat de pampers erdoor vliegen en de emmer dus gemakkelijk vol geraakt. Om de dag wassen is het ritme dat ik al even aanhoud. Ik blijf enthousiast over de strikluiers. Die zijn goedkoop, schattig en zijn bijzonder snel droog. Enige nadeel is dat het soms een uitdaging is om de pamper te strikken vanaf dat ze wat beweeglijker zijn.

Op vakantie zouden we wegwerpluiers gebruiken. Die hadden we al in huis gehaald. De twee weken ervoor had ik het er echt moeilijk mee. Moesten we ze nog niet in huis hebben gehaald zou ik waarschijnlijk ook wasbaar op vakantie hebben gedaan. Eenmaal op vakantie besefte ik wel dat het zo ook wel ok was. Terug thuis hadden we nog een paar pampers over van de vakantie. En opnieuw was ik blij om die nog een dag of twee te kunnen gebruiken zodat ik de tijd kon nemen om het huishouden weer helemaal op orde te brengen.

Met welke systemen heb ik ondertussen ervaring?

  • Diana strikluiers
  • Disana & Popolini wollen overbroekjes
  • Overbroekjes van totsbots, rumparooz, popolini & blümchen
  • Allerlei wasbare inleggers: katoenen, bamboo, tetradoeken & fleece
  • All in ones totsbots
  • Imse Vimse all in ones
  • Close pop-in
  • Piriuki nachtluier
  • Totsbots voorgevormd

Waar kocht ik wasbare luiers?

  • Blabloom
  • Klein spook
  • Dreambaby
  • Spulletjes voor spruitjes

De clichés voorbij?!

Hoewel de laatste jaren steeds meer jonge gezinnen kiezen voor wasbaar luieren blijft het taboe toch nog groot. De meeste mensen vinden het vies. Zouden hun wasmachine na iedere wasbeurt met wasbare luiers nog eens leeg willen opzetten. Enzoverder… Een ander klassiek argument is het water van al die wasbeurten. Dat zou ook niet zo milieuvriendelijk zijn.

Laten we zeggen dat een ton afval aan wegwerpluiers per kind nog viezer is. Nu spoelt alles gewoon weg. Bij vaste voeding gaat het grootste gedeelte gewoon in het toilet. En ja, als kinderen groter zijn en in hun broek plassen/ kakken dan wassen we dat toch ook uit…

Al dat werk?! Heb je daar dan nog tijd voor? Ik weet niet hoe het met anderen zit, maar een wasmachine is best vlug opgezet. Net zoals wat pampers ophangen en wegleggen. Kwestie van een paar minuutjes. Aan wegwerpluiers heb je ook werk: je moet ze kopen, de voorraad in de gaten houden en weggooien/ naar het containerpark brengen.

Kinderen zijn er vlugger zindelijk door. Werk- en tijdsbesparend, hoera ;)!

3 soorten borstkolven met elkaar vergeleken

Bij Mil schreef ik er al eens een blogpost over. Vandaag terug opnieuw over borstvoeding en borstkolven, maar dan met weer een kindje extra ervaring. Lex kreeg 11 maanden borstvoeding. Dat werd verlengd naar een jaar, want toen Mil geboren werd had ik bijzonder veel melk. Waardoor Lex nog ruim een maand gekolfde melk in zijn flesjes kreeg. Bij Mil ben ik 9 maanden aan het kolven geweest. Hij heeft het 10 maanden gekregen. Maar ook zijn tijd wordt ondertussen al 3 maanden verlengd. Want ook bij Marie zit ik met te veel melk. Bij Mil doe ik ondertussen choco in mijn gekolfde melk en zo merkt hij er niets van.

Bij Lex had ik enkel een handkolf. Die werkte goed voor op het werk onder de middag af te kolven en als hij wat langer doorsliep voor ’s morgens de druk eraf te laten. Bij Mil moest ik voltijds kolven en dus kocht ik een elektrische kolf. Een enkelzijdige. Met de verbouwing was dat toen een budgettaire keuze. Ik heb die kolf heel snel in de winkel moeten grabbelen als ik uit het ziekenhuis kwam. Wist ik veel dat ik voltijds moest blijven kolven. Maar ik wist het toen al wel: had ik maar geïnvesteerd in een dubbelzijdige elektrische kolf.

Bij Marie gebruikte ik terug die elektrische kolf om tussenin te kolven wanneer mijn borsten vol zaten of ’s nachts na de langere nachtvoeding. Beide kolven gingen mee op reis. De handkolf voor in de auto onderweg. En de elektrische voor de gewone voedingen. En daar begaf mijn elektrische kolf het. Er gebeurde niets speciaals en er lijkt ook geen gatje in de slang te zitten. Volgens mij is de batterij gewoon op. Ik kolfde dan ook wel 9 maanden fulltime en de kolf werd nadien ook al wel uitgeleend. Vervelend dat het op reis gebeurde omdat ik niet meteen een andere kon kopen. Toch kon ik met de handkolf ook wel even verder.

Deze keer deed ik meer moeite om te kiezen welke kolf ik wou. En dat wist ik al vrij snel. Een dubbele freestyle van Medela. Ik had een beetje schrik om over te schakelen van Philips naar Medela. Want als die me niet zou bevallen dan was dat wel een dure miskoop. Al na de eerste kolfbeurt was ik verkocht. Ik schrijf dit blogbericht uit mijn eigen enthousiasme (er wordt hier niets gesponsord). Als je kiest voor borstvoeding en overweegt om een kolf te kopen: onthou dan dat je borstmelk al gratis is. Als je weet dat poedermelk tussen de 12 – 20 euro ongeveer per doos kost dan heb je de kolf al vrij snel terug verdiend. Ik wou dat ik dat besefte bij mijn eerste zwangerschap.

Probeer te wachten met het aanschaffen van een kolf tot na de bevalling. Gun je de tijd om te ontdekken hoe bij jou de borstvoeding in elkaar zit en welke kolfnoden je hebt (frequentie en plaatsen waar je wilt kolven). Kijk, vergelijk en vraag raad!

Mijn ervaring met borstkolven? Een handkolf en een elektrische enkelzijdige kolf van Philips en de freestyle dubbele elektrische kolf van Medela. Ik vertel je graag wat ik van de drie systemen vind.

De handkolf van Philips

De handkolf is mijn trouwe partner geweest bij Lex. Het lukte om met de handkolf het te veel aan melk weg te kolven en tijdens de middagpauze een flesje te voorzien. Toen de handkolf mijn enige kolf was merkte ik op het werk wel dat de hoeveelheid gekolfde melk sneller verminderde dan dat ik nadien kolfde met de elektrische kolf. De handkolf bleef mijn vriend bij Mil. Ik gebruikte hem nog als we ergens naartoe gingen. En bij Marie ging ie ook mee op reis. De handkolf is klein, goedkoop en gemakkelijk. En heeft zijn geld volledig opgebracht omdat ie al gebruikt wordt bij het derde kind. Maar stimuleert iets minder…

De enkelzijdige elektrische kolf van Philips

Deze was mijn vriend bij Mil. Ik redde er 9 maanden voltijds kolven mee. Hij werkt met een toeschietmodus en in drie standen. Ik schakelde steeds over op de hardste stand. Hij werkt op elektriciteit en als het echt moet op batterijen ook. Je kan kolven met de masserende borstschilden, maar evengoed zonder werkt dat ook. Deze kolf is ook redelijk compact, relatief goedkoop en gemakkelijk. Maar maakt wat lawaai…

De dubbele freestyle van Medela

Mannekes, wat een kolf! Daar Philips een gekend betrouwbaar merk is voor allerlei huishoud/ elektra is Medela helemaal gespecialiseerd in borstvoeding. En dat merk je wel qua verfijning. Ik koos de freestyle in plaats van de swing omdat ik véél kolf en ook op verplaatsing. Bij Medela geen masserende borstschilden. Eerlijk gezegd, ik mis ze hier ook niet. Ze zijn er in verschillende maten. Het houdt dus rekening met verschillende soorten borsten. Een toeschietmodus met meerdere standen en véél meer kolfstanden dan Philips, 9! De toeschietmodus springt automatisch over op kolven na 2 minuten of je kan het manueel doen. Er zit een geheugenknop bij, maar die heb ik nog niet gebruikt. Qua instellingen kolf ik meer op gevoel: hoe lang de laatste voeding geleden is, hoe snel de melk erin gaat of ik vind dat het meer vooruit moet gaan of afhankelijk van Marie als ze al eerst aan de borst heeft gelegen of niet… Wel vind ik de timer bijzonder nuttig. Zeker als ik later terug ga werken om in de gaten te houden dat ik mijn pauze niet te lang maak. Ook de plaatjes om de flessen in vast te klikken na het kolven vind ik gemakkelijk zodat de 2 flessen zeker niet omgestoten worden. De kolf kan zowel enkel als dubbel gebruikt worden. De slang om de stukken te verbinden met de motor is ook steviger en heeft verbindingsstukken aan het uiteinde om gemakkelijk in de kolf en de motor te klikken. Maakt ook lawaai, maar minder. En de batterij kan ook lang zonder elektriciteit mee. 3 uur om precies te zijn, wat voor mij best lang is omdat een kolfbeurt voorlopig maar tussen de 5-10 minuten in beslag neemt. Hierdoor heb ik eigenlijk geen aparte handkolf meer nodig. Dubbelzijdig kolven geeft meer productie en dat merk ik. Met de handkolf kolfde ik een 100 ml, enkelzijdig 180 ml en met deze 250 ml en meer. Ook al is het gemakkelijk om alle stukken in elkaar te zetten, toch steeds met de nodige aandacht dat alles écht goed in elkaar zit, want anders zuigt ie niet helemaal. Het borstschild is wat kort: bij het stoppen met kolven smos ik regelmatig met de laatste melkdruppels.

Hoe kan je een reserve opbouwen?

Een vraag die ik wel eens krijg omdat mensen weten dat ik vaak kolf. Als je er vrij vroeg aan begint kan je met 1 keer kolven dagelijks een potje invriezen. Het meest ideale moment is daarvoor na de voeding waarbij het langste tijd tussen zat. Bij Lex en Mil was dat de eerste ochtendvoeding. Bij Marie de eerste nachtvoeding. Met de freestyle geeft me dat minder dan 10 minuten werk: 5 minuten kolven, het in de diepvries steken en de kolf uitspoelen.

Je kan ook twee kolfbeurten pakken: ’s avonds voor je gaat slapen en ergens in de ochtend. Met kleine beetjes tussendoor kom je er wel. Want hoe meer je probeert, hoe meer je melk aanmaakt. En als het niet lukt dan is dat ook ok. De moeder bij ET had een alien in huis zonder het te weten 😉

Privacy Voorkeuren